AirHub Enterprise Solutions voor Drones

Search

Specific Operations Risk Assessment (SORA) voor Drone Operators

Updated: Jan 26

Wat is een SORA risico analyse en hoe kan deze je helpen bij het opzetten van procedures, trainingen en een Operationeel Handboek voor jouw operatie in de Specific Categorie?


De Specific Operations Risk Assessment (#SORA) is ontworpen door JARUS (de Joint Authorities for Rulemaking on Unmanned Systems) op operators te voorzien van een methodologie voor het uitvoeren van de risico analyse die nodig is om een vergunning aan te vragen voor operaties met Unmanned Aircraft System (#UAS) in de Specific Categorie.


De SORA stelt zogenaamde "risk barriers" voor om te voorkomen dat de controle over een operatie verloren gaat en geeft "harm barriers" voor het geval dit toch gebeurd (bijv. een emergency response plan). Het SORA proces start met het definiëren door de operator van een operationeel volume waarbinnen de operatie plaatsvindt. Dit operationele volume staat in relatie tot de luchtruim (adjactent airspace) en de grond (adjacend ground area) hieromheen. De SORA bevat zowel een Ground Risk Model en een Air Risk Model om de risico's ten opzichte van de grond als de lucht te bepalen voor het operationele volume en de gebieden hieromheen. Ook worden er in het SORA proces mitigerende maatregelen aangereikt die deze risico's kunnen verminderen.


De SORA geeft drone operators een methodologie voor het uitvoeren van de benodigde risico analyse bij het aanvragen van de vergunning om te mogen opereren in de Specific Categorie.

In dit artikel vertellen we je meer over de methodologie achter de SORA en hoe dit je kan helpen bij het opzetten van procedures, trainingen en het Operationeel Handboek voor jouw drone operatie.


Het Concept of Operations (ConOps)


De eerste stap in het SORA proces is het beschrijven van het Concept of Operations (#ConOps) van de drone operatie die je wilt uitvoeren. Voor de het opstellen van de ConOps moet je genoeg technische, operationele en "persoonlijke" informatie verzamelen in relatie tot de gewenste toepassing van de drone (#UAS). De ConOps moet niet alleen een beschrijving zijn van de operatie maar moet ook een inzicht bieden in de operationele veiligheidscultuur bij de organisatie.


In de basis moet je de "wie, wat, waars" van de operatie die wilt uitvoeren beschrijven. Hiervoor heb je informatie nodig over de drone en andere apparatuur die gebruikt zal worden, je moet weten wie de piloot zal zijn (of de kwalificaties waaraan hij/zij moet voldoen), hoe de organisatie er voor zorgt dat de operatie op een veilige manier wordt uitgevoerd en waar de operatie zal worden uitgevoerd (bijv. de luchtruimklasse en het type gebied wat overvlogen wordt).


Bepalen van de Ground Risk Class (GRC)


Het grondrisico van de drone (UAS) is het risico (zonder dat er maatregelen zijn genomen) dat de drone een persoon raakt. Dit risico wordt weergegeven in tien Ground Risk Classes (#GRC). De GRC kan bepaald worden aan de hand van de dimensies en potentiële kinetische energie van de drone, het type operatie (#VLOS, #VLOS of #BVLOS) en het operationele scenario (operaties over onbebouwd of bebouwd gebied, in een gecontroleerd gebied of boven mensenmenigten).


Het risico dat een persoon wordt geraakt door de drone kan worden beheerst en gereduceerd door mitigerende maatregelen toe te passen. Dit kan bijvoorbeeld gedaan worden door een effectief Emergency Response Plan (#ERP) te hebben. Het is ook mogelijk om de GRC te reduceren door de effecten van een mogelijke impact op de grond te limiteren door bijvoorbeeld een parachute te installeren. Een derde optie is om effectieve technische limitaties in te stellen, bijvoorbeeld middels actieve geofencing.


Elk van deze mitigerende maatregelen, of het gebrek hieraan, geeft je een factor (+1 tot -4) die kan worden opgeteld bij de initiële GRC, om zo uiteindelijk de final Ground Risk Class te bepalen. Wanneer de final GRC bepaald is, is de volgende stap het bekijken van het luchtrisico van de operatie.


Bepalen van de Air Risk Class (ARC)


De Air Risk Class (#ARC) is een gegeneraliseerde kwalitatieve classificatie van de kans dat een drone een aanvaring heeft met een bemand toestel in een bepaald type luchtruim. De ARC geeft een initiële indicatie van het botsingsgevaar in het luchtruim voordat mitigerende maatregelen zijn toegepast. De ARC kan gevonden worden door antwoorden te geven in een flow chart die in de SORA wordt weergegeven. Hierin worden vragen gesteld over of de operatie plaatsvindt een gecontroleerd of ongecontroleerd luchtruim, of de operatie plaatsvindt in de buurt van een luchthaven of heliport en of de operatie plaatsvindt boven bebouwd of onbebouwd gebied.


De flow chart geeft aan wat de initiële ARC (A - D) is voor de gewenste drone operatie. De ARC is echter een gegeneraliseerde classificatie, dus het is mogelijk dat je - als operator - vindt dat de classificatie te hoog is voor de condities binnen het operationele volume dat je voor ogen hebt. Indien dit het geval is kan je strategische en tactische mitigaties toepassen om de ARC te verlagen.


Strategische mitigaties bestaan over het algemeen uit procedures en operationele restricties die voor take-off kunnen worden toegepast met als doel het risico te verminderen dat de drone in aanvaring komt met ander luchtverkeer of tijd dat deze hier aan bloot wordt gesteld. De strategische mitigaties worden onderverdeeld tussen mitigaties die kunnen worden beheert door de operator (strategische mitigaties door operationele restricties) en mitigaties waar de operator geen invloed op heeft (strategische mitigaties door structuren en regels).


Tactische mitigaties bestaan over het algemeen uit mitigaties die worden toegepast na take-off en omvatten een zogenaamde "mitigating feedback loop". Een mitigating feedback loop is een dynamisch systeem dat wordt ingezet om de kans op een botsing te verminderen door continue de geometrie en dynamiek van toestellen die met elkaar in conflict zijn in een luchtruim aan te passen, gebaseerd conflict informatie die telkens geupdate wordt, denk hierbij aan Air Traffic Control (#ATC), Traffic alert and Collission Avoidance Systems (TCAS), Unmanned Traffic Management (#UTM) en See and Avoid (VLOS).

De Air Risk Class kan worden verlaagd door strategische en tactische mitigaties toe te passen.

Na het toepassen van de strategische en tactische mitigaties kan de final ARC bepaald worden. Op basis van de final ARC kunnen vereisten worden opgesteld om te voorkomen dat de drone het luchtruim naast het operationele volume invliegt. De final ARC in combinatie met de final GRC bepalen ook de Specific Assurance and Integrity Levels op basis waarvan de Operational Safety Objectives worden vastgesteld.


Wat zijn SAIL en OSO?


Specific Assurance and Integrity Levels (#SAIL) is de parameter binnen de SORA methodologie om de analyse van het grond- en luchtrisico samen te voegen. De SAIL is geen kwantitatieve waarde waarmee wordt aangetoond hoe groot de kans is dat de operatie veilig uitgevoerd kan worden, de waarde verwijst juist naar een aantal vereisten waaraan voldaan moet worden, een beschrijving van activiteiten waarmee je zou kunnen aantonen dat je aan deze vereisten voldoet en bewijzen die je kan aandragen om aan te tonen dat je aan de vereisten voldoet.


Gebaseerd op het het SAIL Level (I - VI) worden Operational Safety Objectives (#OSO) bepaald om bepaalde gevaren te voorkomen en te mitigeren. Denk hierbij aan een technisch probleem met de drone, een fout in externe systemen die de operatie ondersteunen, een menselijke fout of verslechterde operationele omstandigheden (bijv. weer). Deze OSO's beschrijven in de basis daarom de eisen aan de organisatie van de operator, de drone en de piloot.


Aan de piloot worden eisen gesteld op het gebied van kennisniveau en praktische vaardigheden. Deze kunnen worden verkregen door de juiste theoretische en praktische training te volgen. Het is ook van belang de juiste drone en apparatuur te gebruiken bij het veilig uitvoeren van een vliegoperatie, daarom beschrijven de OSO ook eisen aan de technische luchtwaardigheid van de drone, randapparatuur en services. De organisatie zelf moet een Operationeel Handboek hebben dat voldoet aan de eisen die voortkomen uit de SORA risico analyse, inclusief de juiste procedures om veilig en efficiënt drone operaties uit te voeren.




Een Operationeel Handboek dat voldoet aan SORA


Een professioneel Operationeel Handboek is essentieel bij het opzetten van veilige en efficiënte drone operaties. Bij AirHub hebben we Operationele Handboeken geschreven voor veel verschillende organisaties uit veel verschillende industrieën en sectoren. En ondanks dat elk bedrijf en elke drone operatie verschillend is, hebben een aantal need-to-have geïdentificeerd voor een Operationeel Handboek dat voldoet aan de SORA.

Een professioneel Operationeel Handboek is essentieel voor het opzetten van een veilige en efficiënte drone operatie.

Het eerste vereiste is dat je er voor moet zorgen dat je handboek op de juiste manier gestructureerd is om algemene informatie te scheiden van je operationele procedures en andere secties. Bij AirHub gebruiken we hiervoor een format wat afgeleid is van handboeken die in de bemande luchtvaart gebruikt worden. Het is ook belangrijk om duidelijk de organisatie achter je vliegoperatie te beschrijven, inclusief de bijbehorende verantwoordelijkheden van bepaalde functies. Een derde vereiste is om genoeg technische informatie te verschaffen over de drones, apparatuur en services die gebruikt worden binnen je operatie en de eisen de worden gesteld aan bijvoorbeeld onderhoud.


De kern van je Operationeel Handboek zijn de procedures die moeten worden toegepast door het personeel. Het is erg belangrijk om duidelijke en makkelijk te gebruiken standard operating procedures (#SOPs) te ontwikkelen voor alle handelingen die voor, tijdens en na de vlucht moeten worden uitgevoerd. Je moet er voor zorgen dat alle mitigerende maatregelen die voortkomen uit de SORA risico analyse worden verwerkt in de normale, abnormale en noodprocedures.


Het laatste vereiste is om er voor te zorgen dat alle personen binnen de organisatie worden voorzien van alle documentatie die zij nodig hebben om de vliegoperatie uit te voeren. Zorg dat zij makkelijk toegang hebben tot alle checklisten, formulieren, etc. Een professioneel Drone Operations Management System zal je hierbij een hoop tijd en geld besparen.


Hoe AirHub kan helpen


Bij AirHub hebben we veel organisaties uit vele industrieën en sectoren geholpen met het opzetten van veilige, efficiënte en verantwoorde drone operaties. Neem contact met ons op om te profiteren van de expertise en ervaring van onze adviseurs. Zij helpen je bij het toepassingen van de SORA risico analyse methodologie en bij het opstellen van een Operationeel Handboek dat past bij jouw operatie. En met ons AirHub Drone Operations Managementen platform kan je een duidelijk overzicht verkrijgen van jouw drone operatie.

  • White Twitter Icon

© 2017 - 2020 by AirHub - All rights reserved - Privacy Policy